Hofplein 29 • 8911 HJ • Leeuwarden • +31(0)347 - 750 424 • info@hotelstadhouderlijkhof.nl
English website Die Deutsche Website Nederlandse versie van de website


Online reserveren
 

Voordelen

  • Eenvoudig, veilig & snel
  • U kiest zelf uw betaalmethode
  • Actuele beschikbaarheid
  • Speciale online aanbiedingen
  • Wanneer het u uitkomt

De geschiedenis van Het Stadhouderlijk Hof

 

1564    Boudewijn van Loo, rentmeester-generaal van de (Spaanse) koning, raad van het Hof van Friesland, grietman van Het Bildt, bouwt een woning aan de gracht, die in 1682 is overkluisd en toen ’t Plein, het Hofplein, is geworden.

1587    Gedeputeerde Staten van Friesland kopen deze woning voor 12.000 guldens ten behoeve van de stadhouder. Willem Lodewijk heeft tot dan zonder veel allure gewoond op de Weaze en in de Grote Kerkstraat. Een stadhouder verdient echter een betere huisvesting. Te meer daar hij een gezin denkt te stichten. In hetzelfde jaar huwt Willem Lodewijk zijn nicht Anna van Oranje. Hij kan een woning betrekken ‘met vorstelijke weelde’ zoals geschiedschrijver Ubbo Emmius noteert.

1603    De Staten kopen het Dekemahuis ten westen van het Stadhouderlijk Hof. Het wordt de woning van de hofmeester met ruimten voor het secretariaat. Een grote staat voert Willem Lodewijk niet. Hij leeft eenzaam als hij na slechts zeven maanden huwelijk zijn dierbare Anna heeft verloren. Hij is niet hertrouwd. Van een feestelijk hofleven is geen sprake. Dat is ook niet onder zijn opvolgers Ernst Casimir en Hendrik Casimir. Beiden zijn veel te velde en doorgaans buiten Friesland. Sophia Hedwig, de echtgenote van Ernst Casimir, heeft trouwens meer in Arnhem (en later in Dietz) dan in Leeuwarden gewoond. En Hendrik Casimir heeft geen bruid gehad. Een stralend middelpunt is het Leeuwarder Hof dus niet.

1661    Het Hof wordt met ‘excessieve kosten’ verbeterd. De situatie is dan ook veranderd. Na de Vrede van Münster zijn de oorlogen verder van huis. Bovendien trouwt Willem Frederik met zijn nicht Albertina Agnes, die Haags hofleven kende en beleefde en ook graag bij bouwondernemingen betrokken was. Waarin de verbeteringen van 1661 hebben bestaan weten we niet exact. In elk geval wordt het voorplein afgeschermd door een muur met twee poorten. Maar goed twintig jaar later is er een andere oplossing: een ijzeren hek op een borstwering (en die is er in 1786). Aan de tuin valt niet alles te verbeteren. Die is en blijft te klein en te somber. Willem Frederik laat dan ook een eigen lusthof aanleggen, de Prinsentuin.

1687    De stadhouder krijgt per jaar 10.000 gulden voor het onderhoud van het Hof.

1692    Stadhouder Hendrik Casimir II trekt zich terug uit het krijgsbedrijf. Er komt meer tijd voor activiteiten in Leeuwarden. De Prinsentuin krijgt een zomerhuis, het Hof een lakkabinet. Na de dood van de stadhouder maakt Henriette Amalia plannen om het Hof verder te vernieuwen. Er is namelijk een huwelijk op komst tussen haar zoon Johan Willem Friso en Maria Louise. De architect, niemand minder dan Daniël Marot, onderneemt een eerste poging om de veelheid van bouwonderdelen onder één noemer te brengen. Uit deze periode stammen nog de trappenhal, die redelijk intact gebleven is, en de Nassauzaal.

1734    Willem Karel Hendrik Friso verbouwt het Hof luxueus voor het ophanden huwelijk met de Britse koningsdochter Prinses Anna, die aanzienlijk meer ‘pomp and circumstance’, pracht en praal, gewend is dan Leeuwarden heeft aan te bieden. Het Hof wordt voorzien van een balzaal, een hofkapel, een apotheek en een badkamer.

1747    Willem Karel Hendrik Friso wordt stadhouder van alle Nederlanden en vertrekt als Willem IV naar Den Haag. Zijn moeder, Maria Louise woont als sedert 1732 in het Princessehof en de Grote Kerkstraat. Het Hof komt dus leeg te staan. Het is nog slecht in gebruik bij de zeer incidentele bezoeken van de stadhouder.

1791    Met het oog op een van de stadhouderlijke bezoeken worden er aan het gebouwencomplex verbeteringen aangebracht. Er wordt begonnen aan de oostelijke vleugel. Vier jaar later volgt de westelijke vleugel en dan kan er worden gesproken van een eenduidig gebouw, van het Hof als een architectonische eenheid.

1795    De Franse revolutie bereikt Leeuwarden. Franse soldaten trekken de stad binnen, hartelijk verwelkomd door vele ingezetenen. De militairen worden aanvankelijk in het Hof ondergebracht. Kort daarna dient het Hof tot weeshuis, Latijnse school, hospitaal, opslagplaats. De inventaris wordt verkocht. Bijna twee eeuwen lang is er aan het gebouw toegevoegd. Nu wordt het van zijn inhoud beroofd. Als Stadhouderlijk Hof heeft het zijn geschiedenis overleefd.

1804    Het gebouw wordt voor 42.000 guldens verkocht aan Pieter Cats, die de tuinvleugel (met de balzaal) sloopt en vervolgens het geheel aan twee particulieren verkoopt, zodat er twee huizen ontstaan.

1814    Nederland is weer onafhankelijk. Koning Willem I brengt een eerste bezoek aan Friesland. Hij heeft er geen eigen onderdak, zoals de stadhouders Willem IV en Willem V, die in het Hof een logeeradres hadden. De koning verblijft ten huize van burgemeester Buma. Temidden van Nassau-herinneringen, want de burgemeester woont in de westelijke vleugel van het voormalige Hof. Willem I is dus bijna in zijn eigen omgeving, maar toch niet echt en daarom vat de koning het plan op het hele complex te kopen.

1816    Het oude Hof is voor 52.000 gulden koninklijk bezit geworden en vertimmerd tot een Paleis, een pied-à-terre van de Oranjes bij hun bezoeken aan Friesland. Er is een sprake van geweest, dat het paleis een meer blijvende behuizing zou worden. Willem II heeft overwogen het gebouw te doen gebruiken door beurtelings zijn oom Frederik en zijn zoon Hendrik. Een grondige restauratie zou evenwel te veel hebben gekost. Leeuwarden krijgt niet iets van een residentie. Het paleis is doorgaans leeg.

1877    Koning Willem III geeft toestemming het Paleis te benutten voor een zeer omvangrijke Historische Tentoonstelling van Friesland. De manifestatie wordt gehouden ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het Friesch Genootschap. Er is veel toeloop. Er is ook een batig slot, dat het mogelijk maakt, dat het Genootschap het Eysingahuis koopt en in die patriciërswoning in 1881 het Fries Museum opent.

1881    Het Hof behoudt zijn toestemming als tijdelijke verblijfplaats voor de koninklijke familie, maar wordt bovendien de ambtswoning van de Commissaris des Konings (of, na 1890, van de Commissaris der Koningin). Daartoe moet er weer worden verbouwd. Het huidige aanzien en ook grote delen van het interieur zijn bij de verbouwing ontstaan. Mr. H.P. Linthorst Homan is tot 1970 de laatste bewoner. Zijn opvolger mr. H. Rijpstra ziet van de ambtswoning af.

1971    De gemeente Leeuwarden koopt het gebouw van koningin Juliana. Bij de verkoop is bepaald, dat de benedenverdiepingen in de oorspronkelijke staat moeten worden gehandhaafd. Aan die voorwaarde is voldaan toen het Hof word benut als uitbreiding van het Stadhuis, de overbuurman: beneden de representatieve ruimten en de kamers voor de wethouders, boven een ‘stadskantoor’, dat achterhaald was, toen de stad een nieuw kantoor bouwde aan het Oldehoofsterkerkhof (1994).

1995    Het Stadhouderlijk Hof wordt eigendom van de Stichting Monuminten yn Fryslân en beleeft opnieuw een grondige verbouwing, nu tot stadslogement.

1996    Hotel Paleis Het Stadhouderlijk Hof opent op 30 mei zijn deuren.


Zeven stadhouders


De volgende zeven stadhouders hebben un intrek in Het Stadhouderlijk Hof gehad:

1560-1620
Willem Lodewijk, zoon van Jan de Oude, een broer van Willem van Oranje. In 1583 wordt hij plaatsvervanger van stadhouder Willem van Oranje in Friesland en na diens dood in 1584 zelf de stadhouder. Willem Lodewijk huwt in 1587 zijn nicht Anna, dochter van Willem van Oranje. Ze overlijdt na een huwelijk van slechts zeven maanden. Willem Lodewijk blijft sindsdien alleen achter in het Stadhouderlijk Hof te Leeuwarden, dat de Staten van Friesland in 1587 voor de stadhouder hebben gekocht. Hij wordt opgevolgd door zijn jongere broer.

1575-1632   
Ernst Casimir, die in 1607 trouwt met Sophia Hedwig van Brunswijk-Wolfenbüttel. Na de dood van Maurits, zoon van Willem van Oranje, in 1625 wordt Ernst Casimir ook stadhouder van Groningen en Drenthe. Hij sneuvelt voor Roermond.

1612-1640   
Hendrik Casimir volgt zijn vader Ernst Casimir op als stadhouder van Friesland en tevens van Groningen en Drenthe. Als hij op 28-jarige leeftijd voor Hulst sneuvelt is hij nog ongehuwd. Zijn plaats op de stadhouderszetel wordt ingenomen door zijn broer.

1613-1664   
Willem Frederik, die evenals zijn voorvaderen Graaf van Nassau is, maar zich vanaf 1654 vorst van Nassau-Dietz mag noemen. In 1640 is hij eerst alleen stadhouder van Friesland, tien jaar later ook van Groningen en Drenthe. Willem Frederik huwt Albertina Agnes, dochter van Frederik Hendrik (zoon van Willem van Oranje en broer van Maurits) en Amalia van Solms. Hij verwondt zich dodelijk met een schot uit eigen pistool.

1657-1696
Hendrik Casimir II is zeven jaar als zijn vader sterft. Tot zijn achttiende is hij onder voogdij van zijn moeder Albertina Agnes stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. Hendrik Casimir heeft dikwijls conflicten met zijn neef Willem III, de koning-stadhouder.

1687-1711
 Johan Willem Friso is negen jaar, wanneer hij, aanvankelijk onder voogdij van zijn moeder Henriette Amalia, zijn vader opvolgt als stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe. Stadhouder Willem III, die kinderloos blijft, ziet in hem zijn opvolger (waarmee echter niet alle gewesten instemmen) en benoemt hem in zijn testament tot universeel erfgenaam met de titel van Prins van Oranje (maar dat testament wordt door andere belanghebbenden aangevochten). Johan Willem Friso huwt in 1709 Maria Louise van Hessel-Kassel. Hij maakt naam tijdens verschillende veldslagen. In 1711 verdrinkt hij bij Moerdijk. Zes weken later schenkt Maria Louise het leven aan

1711-1751   
Willem Karel Hendrik Friso, prins van Oranje en Nassau, die – tot 1731 onder voogdij van zijn moeder – stadhouder is van Friesland, Groningen, Drenthe en Gelderland. Hij huwt in 1734 Anna van Hannover, dochter van de Engelse koning George II. In 1747 wordt hij gekozen als eerste erfstadhouder van de Verenigde Nederlanden. Hij resideert dan als Willem IV in ´s Gravenhage. Leeuwarden is nog slechts ten dele een Hofstad. Want Maria Louise blijft in een eigen paleis, het Princessehof, en op een eigen buitenverblijf, Mariënburg, in Leeuwarden wonen. Ze sterft in 1765. Het wordt in Friesland stil rond de Nassaus.

In deze opsomming vallen enkele dingen op. In de eerste plaats kan er worden gesproken van een familiale band en van velerlei, overigens niet altijd even hartelijk betrekkingen tussen de stadhouders in Holland en Friesland. Er kan verder geconstateerd worden, dat Friesland zijn Nassau-dynastie ononderbroken trouw is gebleven, terwijl in Holland tot tweemaal toe een hiaat in de stadhouderlijke opvolging is gevallen. En ten derde: de Friese dynastie zet zich in Holland voort ten bate van de hele Republiek en na 1813 van het hele Koninkrijk der Nederlanden. Koningin Beatrix is een nazaat van de Friese Nassaus. Na Willem IV volgen in rechte mannelijke en vrouwelijke lijn Willem V (stadhouder van 1751-1795), de koningen Willem I (die regeerde van 1813-1840), Willem II (1840-1849), Willem III (1849-1890) en de koninginnen Wilhelmina (1890-1948), Juliana (1948-1980) en Beatrix (sinds 1980).

Maar in de geschiedenis van de Friese Nassaus en hun nazaten is wel een breuklijn. Die ligt in het jaar 1747, als Willem Karel Hendrik Friso geroepen wordt tot erfstadhouder der Verenigde Nederlanden en dientengevolge Leeuwarden verruilt voor Den Haag.